Bevalling
De bevalling vindt meestal plaats tussen drie weken voor tot twee weken na de uitgerekende datum. Beval je eerder of later, dan beval je in het ziekenhuis onder leiding van een gynaecoloog.
Als de zwangerschap ongecompliceerd verloopt, kun je onder onze begeleiding thuis of in het ziekenhuis (poliklinisch) bevallen. De verloskundige vraagt vaak in het begin van de zwangerschap waar je wilt bevallen. Dat wil echter niet zeggen dat je op dat moment al moet beslissen. Soms staat voor jullie de keuze vast, maar het is natuurlijk ook mogelijk om daar in de loop van de zwangerschap of zelfs pas tijdens de bevalling over te beslissen.
Je bepaalt zelf wie er buiten de verloskundige en de kraamverzorgster bij je bevalling aanwezig is. Heb je oudere kinderen die bij de bevalling aanwezig willen zijn, zorg dan voor opvang voor het geval ze zich bedenken.
Een bevalling kan op twee manieren beginnen:
Aandachtspunten
Wanneer begint de bevalling?
De weeën komen dan later op gang.
Aan het begin van de bevalling heb je meestal niet meteen hele lange pijnlijke weeën. Het begint vaak geleidelijk. In eerste instantie zullen de weeën wat langere tussenposen hebben, maar naarmate de tijd verstrijkt volgen de weeën elkaar steeds sneller op, ze gaan langer aanhouden en worden ook pijnlijker.
Het is mogelijk dat de weeën weer afzakken, dan waren het voorweeën of oefenweeën. Kijk dus altijd even aan of het echt doorzet. Als de weeën binnen de vijf minuten komen en langer dan een minuut aanhouden is de ontsluiting zeer waarschijnlijk begonnen. Deze weeën zijn altijd erg pijnlijk.
Een aangename omgevingstemperatuur, af en toe een warme douche nemen, rust in de omgeving (niet te veel mensen en geluid om je heen) maken dat je ontspannen bent. Ontspanning heeft een gunstige invloed op het verloop van de ontsluiting.
Het is goed je te concentreren op een rustige ademhaling. Probeer pas te gaan puffen als je niet meer rustig kunt ademhalen.
Je merkt vanzelf welke houding voor jou het meest prettig is.

Welkom
De bevalling