Meneer A. schrikt als hij te horen krijgt dat sociale Zaken hem vanaf 1 juli 2015 ruim  € 300 per maand minder zal betalen. Een bezwaarschrift van de Sociaal Raadslieden zorgt er voor Sociale Zaken een streep zet door dat besluit. Meneer A. is toch geen kostendeler.

Mener A. en zijn zoons
Meneer A. kan over vijf jaar met pensioen. Hij is gescheiden. Zijn twee zoons van 28 en 23 jaar wonen bij hem in huis. Ze gaan allebei naar school. De Dienst Uitvoering Onderwijs heeft aan beide zoons studiefinanciering toegekend

Bijstand
Sociale Zaken zorgt voor het inkomen van meneer A. Meneer A. ontvangt maandelijks bijstand voor een alleenstaande. Halverwege mei 2015 ontvangt meneer A. een brief van de gemeente. Sociale Zaken meldt de heer A. dat de nieuwe Participatiewet een onverwachte verrassing voor hem in petto heeft. Zijn bijstandsuitkering gaat omlaag van € 912 per maand omlaag naar € 595.

Sociaal Raadslieden
Meneer A. gaat naar de Sociaal Raadslieden om te vragen of die verlaging van de uitkering klopt. Hij begrijpt niet waarom hij minder geld nodig zou hebben. In de brief verwijst Sociale Zaken naar artikel 22a van de Participatiewet. In dat wetsartikel is de zogeheten kostendelersnorm geregeld

Geen kostendeler
Bijstandsgerechtigden die samen met anderen in een huis wonen kunnen kostendeler zijn. Dat heeft gevolgen voor de hoogte van de bijstandsuitkering. Van kostendeling is geen sprake als er een commerciële relatie bestaat tussen de personen die in één huis wonen. De aanwezigheid van studenten zorgt ook niet voor kostendelerschap.

Bezwaar
De Sociaal Raadslieden dienen voor meneer A. een bezwaarschrift in. Binnen twee weken en zonder een hoorzitting wijzigt Sociale Zaken het besluit. Zolang de kinderen nog studeren is meneer A geen kostendeler en verandert er niets aan zijn bijstandsuitkering. Dat scheelt meneer A. maandelijks € 317.