Mevrouw K. heeft een afspraak bij de Sociaal Raadslieden. Haar inkomen bestaat uit gedeeltelijke AOW en een aanvullende bijstanduitkering. Ze is ooit getrouwd geweest. Haar ex is enige tijd geleden overleden. Hij was een oude schuld aan het afbetalen. Sinds zijn dood betaalt hij niet meer. De deurwaarder wil nog ruim € 24.000 ontvangen.


De deurwaarder klopt nu bij mevrouw K. aan. Ze weet niet goed wat ze moet doen. Haar inkomen is minimaal. Ze ziet geen ruimte voor een betalingsregeling. De deurwaarder heeft vervolgens beslag gelegd op haar AOW-pensioen. De Sociale Verzekeringsbank betaalt nu maandelijks € 85 aan de deurwaarder. De Sociale Verzekeringsbank moet het volledige vakantiegeld naar de deurwaarder overmaken.


De bejaarde Almeerse vraagt de Sociaal Raadslieden of dat allemaal correct is.

Deurwaarders houden niet automatisch rekening met de kosten voor de zorgverzekering en extra hoge woonlasten. Dat heeft deze deurwaarder ook niet gedaan. Dus schrijven de Sociaal Raadslieden een brief naar de deurwaarder. Daarin rekenen ze voor dat de Sociale Verzekeringsbank maar € 36 aan de deurwaarder kan betalen. Volgens artikel 475d van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering hoort de rest aan de Almeerse te worden betaald.

Binnen twee weken laat de deurwaarder weten dat de bejaarde Almeerse maandelijks € 49 meer op haar eigen rekening zal ontvangen. De vakantie-uitkering zal naar de rekening van de deurwaarder gaan. Dat staat nu eenmaal in de wet.


Terug naar de Sociaal Raadlieden